Horse Health Today – Online event over de Top 5 gezondheidsproblemen van het paard

Wil je leren hoe je de meest voorkomende gezondheidsproblemen bij jouw paard kunt herkennen? En hoe je deze kunt voorkomen? Meld je dan aan voor Horse Health Today, hét online event over paardengezondheid op vrijdagavond 19 november a.s.

 

Tijdens deze avond leer je alles over de top 5 gezondheidsproblemen bij paarden:

  • Hals- en rugproblemen
  • Kreupelheden
  • Luchtwegaandoeningen
  • Maag- en darmproblemen & gebitsproblemen
  • Stofwisselingproblemen & voeding (metabole aandoeningen, zoals PPID)

 

Vijf paardenartsen leren je alles hierover in inspirerende sessies, ieder aan de hand van een praktijkgeval. Jouw kans kans om in één avond van experts nuttige en praktische informatie te krijgen, maar ook om jouw vragen te stellen. Een must voor iedere paardenhouder!

 

Wat kun je verwachten?

  • Duidelijke en betrouwbare informatie van top paardenartsen aan de hand van herkenbare situaties
  • Praktische tips die je kunt toepassen bij je eigen paard
  • De mogelijkheid om live jouw vragen te stellen aan de experts
  • De mogelijkheid om alle presentaties terug te kijken op een moment dat het jouw uitkomt. Óók de keuzesessies die je niet live gevolgd hebt.
  • Gave prijzen winnen bij de kennisquiz

 

Voor wie?

  • Paardeneigenaren, -liefhebbers en verzorgers
  • Oftewel een must voor iedereen die zijn paard gezond wil houden!
  • (specifieke voorkennis is niet nodig)

 

 

Bron: Paardenarts.nl

 

Tips & tricks ter preventie van Rhinopneumonie

Zes maanden geleden zorgde een uitbraak van Rhinopneumonie (EHV) in Valencia voor veel onrust bij paardeneigenaren en uitbaters van paardenaccommodaties. In de maanden nadien werden er op meerdere plaatsen in Nederland  besmettingen vastgesteld, maar gelukkig bleef de omvang van de infectiehaarden relatief beperkt. Welke maatregelen kan je zelf als paardeneigenaar nemen om je paard(en) te beschermen tegen EHV? Hieronder vind je enkele tips en tricks terug, ter preventie van Rhinopneumonie.

 

 

80% van de paarden ouder dan 2 jaar is drager van het equine herpesvirus (EHV). De meeste besmettingen gebeuren via direct contact, vermijd daarom onderling neus-contact tussen vreemde paarden.

Houd op stal sportpaarden, fokpaarden en jonge paarden gescheiden van elkaar. Het virus kan door stress gereactiveerd worden. Sportpaarden lopen meer risico om besmet te worden omdat ze op wedstrijd in contact komen met vreemde paarden die het virus mogelijk overdragen. Ook het transport en zware trainingen maken dat deze paarden vaker onderhevig zijn aan stress waardoor de weerstand kan verminderen. Jonge paarden hebben dan weer een beperkte afweer tegen het virus, waardoor ze bij infectie veel virus uitscheiden. Jonge paarden vormen een besmettingsbron voor drachtige merries die op hun beurt kunnen gaan verwerpen. Het is aangewezen om nieuwe paarden 4 weken in quarantaine te plaatsen alvorens ze samen te zetten met andere paarden. Zorg voor goede ventilatie in de stallen.

 

 

Ook weidemanagement maakt deel uit van deze preventieve maatregelen. Paarden worden het best in vaste groepen op de weide gehouden. EHV kan ook door indirect contact overgedragen worden. Een buffer tussen de weide en de straat zorgt ervoor dat mogelijke besmettingen via voorbijgangers vermeden wordt. En ook hier geldt dezelfde quarantaine regel: een nieuw paard wordt gedurende 4 weken op een aparte weide te houden, zonder direct contact met andere paarden.

 

 

Hygiënemaatregelen op stal beperken de mogelijke overdracht van Rhinopneumonie via indirect contact. Zoals eerder aangegeven wordt het aangeraden om verschillende groepen paarden te scheiden op stal. Per groep eigen stalmateriaal gebruiken (kruiwagen, borstel, emmers…)  beperkt het risico op besmetting tussen de verschillende groepen paarden. Het spreekt voor zich dat elk paard zijn eigen materiaal heeft zoals borstels, zadeldekje en hoofdstel.

 

 

Vaak is het in pensionstallen een komen en gaan van paardeneigenaren en andere (professionele) bezoekers. Ook hier kunnen eenvoudige regels de kans op infectie verminderen, denk hierbij aan het wassen van je handen als je op stal aankomt. Het dragen van bedrijfskleding is de normaalste gang van zaken op intensieve veehouderijbedrijven, zoals de varkenshouderij. Waarom op maneges/pensionstallen niet voorstellen dat de hoefsmid of paardentandarts overschoenen en/of een wegwerp overall aantrekt? Het spreekt voor zich dat, indien er verdachte of zieke paarden op stal staan, deze als laatste worden behandeld en dat nadien al het gebruikte materiaal ontsmet wordt.

 

 

Net zoals bij covid-19 biedt vaccinatie geen garantie dat jouw paard 100% beschermd is tegen EHV, maar het biedt veel voordelen. Gevaccineerde paarden vertonen minder symptomen en scheiden ook minder virus uit. Door vaccinatie van alle paarden op stal creëer je groepsimmuniteit. Je beschermt dus niet enkel je eigen paard, maar ook de andere paarden op stal. Het vaccin bevat dood virus, paarden gaan geen symptomen van Rhinopneumonie vertonen na vaccinatie. Entreacties na vaccinatie zijn mogelijk, maar zijn meestal mild en van voorbijgaande aard.

 

Wil je graag meer weten over Rhinopneumonie: www.rhinobijpaarden.nl

Hoe uw paard beschermen tegen kleine rode bloedwormen?

De kleine rode bloedwormen (Cyathostominae/kleine strongyliden) zijn de wormen die vandaag de dag het meest voorkomen bij paarden. De volwassen wormen, die soms worden waargenomen in de mest, zijn tot 2,5 cm lang, dun en roodkleurig. Deze wormen kunnen veel schade veroorzaken, informeer bij uw dierenarts hoe u uw paard(en) kan beschermen tegen kleine rode bloedwormen.

 

Levenscyclus

Eitjes van de kleine rode bloedwormen komen via paardenmest in de weide terecht. De eitjes komen uit in de mest en ontwikkelen in de wei tot larven. De besmettelijke L3 larven worden door het paard dat graast ingeslikt en komen zo in de dikke darm terecht. Een klein gedeelte van de larven zet daar zijn ontwikkeling tot L4 larve verder om nadien terug in het darmkanaal terecht te komen om volwassen te worden. Maar 85% van de larven dringt in het slijmvlies van de dikke darm en holt als het ware de darmwand uit om zich daar in te kapselen. Ze kunnen daar gedurende meerdere winters blijven en liggen aan de oorsprong van het gevaar van deze wormen. Dit inkapselen naar een slapende toestand gebeurt in de herfst en de winter.

 

Corning S. Equine cyathostomins: a review of biology, clinical significance and therapy. Parasit Vectors. 2009; 2(Suppl 2): S1.

 

Symptomen

Enkele miljoenen van deze larven kunnen de wand van de dikke darm van het paard bedekken en zo de opname van voedingsstoffen en water verstoren. Deze verstoring van de absorptie in de dikke darm veroorzaakt symptomen van chronische infectie van rode bloedwormlarven (= chronische cyathostominose): verminderde prestatie, gewichtsverlies, slechte algemene toestand, aangetaste vacht, zachte mest of chronische kolieken.

Het grootste gevaar ligt in het vrijkomen van een groot aantal van deze larven, dit doet zich meestal voor in de late winter. Dit massaal vrijkomen van larven ligt aan de oorsprong van een ernstige ziekte, genaamd acute larvale cyathostominose. Wanneer de larven uit de darmwand komen, veroorzaken ze letsels, hoe meer larven, hoe groter de letsels. Het paard zal kolieken, diarree en een snel gewichtsverlies vertonen. Deze aandoening is in ongeveer de helft van de gevallen fataal1.

 

Ingekapselde larven kleine rode bloedwormen

 

Diagnose via mestonderzoek

De aanwezigheid van volwassen kleine rode bloedwormen kan aangetoond worden via de wormeitjes in de mest. De eitjes zijn alleen aanwezig wanneer er volwassen wormen in de darm aanwezig zijn die eitjes produceren. In de koude maanden ontwikkelen de larven zich bijna niet tot volwassen wormen. Een negatief mestonderzoek kan dus niet uitsluiten dat een paard besmet is met kleine rode bloedwormen.

Het is moeilijker om een acute of chronische cyathostominose aan te tonen. Het vereist het gebruik van aanvullende testen (bloedonderzoek, echografie ,…) en de definitieve diagnose kan eigenlijk enkel na autopsie gesteld worden.

 

Behandeling

Paarden moeten het hele jaar door regelmatig worden ontwormd om rondwormen te bestrijden. Ontwormingsschema’s bij volwassen paarden (>  3jaar) zijn gebaseerd op 2 systematische ontwormingen per jaar: in de late herfst en in het vroege voorjaar of aan het begin en het einde van het weideseizoen. Het is verstandig een ontwormingsstrategie te bepalen op basis van mestonderzoek.

Gezien de bedreiging die kleine strongyliden voor paarden vertegenwoordigen, bevelen dierenartsen die gespecialiseerd zijn in parasitologie aan om paarden ten minste één keer per jaar te ontwormen met een ontwormingsmiddel dat doeltreffend is tegen de ingekapselde larven van de kleine rode bloedworm.² Vraag hiervoor steeds advies aan uw dierenarts, immers alle ontwormingsmiddelen zijn hier niet tegen actief.

 

 

1 Dowdall S.M.J. et al. Antigen-specific IgG(T) responses in natural and experimental cyathostominae infection in horses. Vet. Parasitol.  2002;160:225-242
2 American Association of Equine Practitioners. Parasites control guidelines. 2016.
2.Nielsen MK. Integrated parasite control – how to strike that balance. AAEP proceeding 2014
2.Nielsen MK. Sustainable equine parasite control: Perspectives and research needs. Vet Parasitol 2012; 185: 32–44.

 

 

Meer weten: www.ontwormenvanpaarden.nl

 

 

Paardenarts Frank van Leeuwen: Een foto geeft geen pijn aan

Maar al te vaak vraagt men om een foto of een echo. Ik leg dan uit dat dit voorafgegaan dient te worden door een klinisch kreupelheidsonderzoek. We moeten eerst weten waar de pijn vandaan komt. Buigproeven, uitverdoven etc. Je moet immers weten dat van de beelden die we maken, op 95% niets te zien is. Aan de andere kant zeggen we vaak dat we bij sportpaarden altijd wel iets vinden, maar dat deze bevindingen niet altijd relevant zijn voor het orthopedisch probleem dat we ervaren.

Het summum wat ik heb meegemaakt was een hoefbeenfractuur bij een aankoopkeuring. Het paard liep prima. In het kader van een keuring is dit uiteraard een verhoogd risico, maar we moeten wel vaststellen dat een niet iedere afwijking direct een oorzaak is van kreupelheid.

 

Ik heb ook altijd grote bewondering voor fysiotherapeuten die zeer nauwkeurig de locatie van pijn kunnen bepalen. Natuurlijk kunnen ze met de handen niet zien wat er is en hoe erg, maar in het onderzoek kan het een fijne aanvulling zijn en in de opvolging van de blessure een goede leidraad.

Je moet ook weten dat bij het herstel van een letsel, de klinische vooruitgang voorloopt op wat we op beeld zien. Neem nou een peesletsel in de oppervlakkige buiger. Een fors letsel is in de eerste 6 weken nog goed zichtbaar, maar de kreupelheid zal na 2 weken rust al aanzienlijk minder zijn. Hier is dan het belang van beeldvorming duidelijk. Het kan namelijk aangeven wanneer we met een acceptabel risico het werk weer kunnen hervatten. Het geeft ook aan dat het een risico kan zijn om een kreupel paard zonder diagnose rust te geven om vervolgens het werk weer te herpakken. Deze paarden zijn fris en ongecontroleerd terwijl ze toch echt een zwakke plek hebben. Risico op groot letsel is dan het resultaat. Aan het einde van het verhaal is in het onderzoek de beeldvorming onlosmakelijk verbonden aan het klinisch onderzoek.

 

Meer informatie? Bezoek mijn website of stuur een mail naar frank@vanleeuwenvoorpaarden.nl

 

 

Andere artikelen van Frank van Leeuwen:

 

 

 

 

 

Maagzweren: een vaak ongekend maar veelvoorkomend probleem bij paarden

Equine Gastric Ulcer Syndrome (EGUS) of maagzweren zijn niet direct zichtbaar bij paarden maar zijn pijnlijk en kunnen de conditie en prestatie verminderen. Wat zijn de symptomen van maagzweren en hoe kunt u ze herkennen bij uw paard? En wat kunt u als eigenaar doen om het risico op maagzweren te verkleinen? U leest er meer over in onderstaand artikel. 

 

Wat is een maagzweer?

Een maagzweer is een beschadiging van de maagwand, veroorzaakt door een onevenwichtige maagzuurhuishouding. Dit zuur tast het maagslijmvlies aan waardoor er een wond ontstaat. Van nature eten paarden gedurende de hele dag en produceert de maag continu maagzuur om te helpen bij de vertering. De meeste paarden hebben tegenwoordig beperkte toegang tot ruwvoer zoals gras en/of hooi waardoor de maag gedurende langere perioden leeg is. Als gevolg daarvan neemt de speekselproductie af terwijl de zuurproductie blijft doorgaan. Zo krijgt het paard een zure maaginhoud die problemen zoals maagzweren kan veroorzaken.

 

Wat zijn de symptomen van maagzweren?

De klinische symptomen van maagzweren zijn vaak vaag en niet gemakkelijk te herkennen door de paardeneigenaar.

 

Risicofactoren voor het ontwikkelen van maagzweren

De manier waarop wij onze paarden houden, vergroot het risico op maagzweren. Omdat paarden veel op stal staan met beperkte toegang tot gras of hooi, is de maag gedurende langere perioden leeg. Paarden die bovendien krachtvoer eten (en dit in tegenstelling tot ruwvoer) produceren extra zuren. Een combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat maagzweren zeer snel kunnen ontwikkelen bij deze paarden.

Dit is zeker het geval bij sportpaarden. Bovendien worden deze paarden vaak intensief getraind. Bij een paard in volle arbeid komt de zure maaginhoud in contact met de gevoeligere delen van de maag. Wanneer dit regelmatig gebeurt, kunnen er op die plaats maagzweren ontstaan. Dit alles zorgt ervoor dat deze groep paarden een groter risico loopt op het ontwikkelen van maagzweren.

 

 

Hoe kunt u maagzweren voorkomen?

Belangrijk is dat paarden voldoende ruwvoer krijgen, waardoor de maag niet leeg is gedurende een te lange periode.

  • Laat je paard regelmatig in de weide lopen
  • Geef paarden ruime hoeveelheden ruwvoer, minimaal 4 tot 6 porties per dag
  • Voer kleine hoeveelheden krachtvoer, eventueel verspreid over meerdere maaltijden
  • Paarden moeten onbeperkt toegang hebben tot vers drinkwater
  • Vermijd stress

 

De huidige omstandigheden maken het praktisch niet altijd haalbaar om aan alle bovenstaande tips te voldoen en maagzweren helemaal te voorkomen. Maar met enkele kleine aanpassingen in het management van je paard, kan je de kans op maagzweren al verkleinen.

Vermoed je dat jouw paard maagzweren heeft, neem dan contact op met je dierenarts. Via een gastroscopie kan hij de binnenkant van de maag van je paard bekijken en een diagnose stellen. Indien een gastroscopie niet mogelijk is, kan het nuttig zijn om een empirische behandeling op te starten. Het is steeds aangeraden om de behandeling te combineren met aanpassingen in de voeding, het management en training van uw paard.

Wil je graag meer weten over maagzweren? Neem dan zeker een kijkje op https://www.zoetis.be/nl/maagzwerenbijpaarden/

 

 

Andere artikelen van Zoetis:

 

 

 

Met voeren de kans op maagzweren verkleinen?

Maagzweren (Equine Gastric Ulcer Syndrome afgekort tot EGUS in de literatuur) is een veelvoorkomende aandoening bij paarden waarbij er sprake is van beschadigingen en/of zweren in de maag, maar ook de slokdarm of dunne darm kunnen aangetast zijn. Op basis van onderzoek wordt geschat dat deze aandoening bij circa 60% van de sport- en recreatie paarden voorkomt.  

 

De maag van het paard

De maag van het paard heeft een gebogen vorm, van elastisch weefsel met een capaciteit van 8 tot 15 liter. De maag bestaat uit 2 delen, het onderste gedeelte (glandulaire deel) waar o.a. maagzuur geproduceerd wordt met een flinke beschermlaag en het bovenste gedeelte (het squameuze deel) met een veel dunnere beschermlaag. Maagzweren in het bovenste gedeelte van de maag is een direct gevolg van het slijmvlies dat in contact komt met maagzuur. In tegenstelling tot het onderste gedeelte van de maag dat continu in aanraking komt met maagzuur en beschermende laag heeft om schade te voorkomen.  Om deze reden worden maagzweren in het onderste maaggedeelte eerder veroorzaakt door de problemen in de beschermende laag.

 

 

Welke symptomen zien we bij paarden met maagzweren?

Symptomen van maagzweren zijn niet altijd duidelijk, maar in sommige gevallen te herkennen aan verminder eetlust, minder groei of gewichtsverlies, slechte conditie of mager, gedragsveranderingen (zoals  depressie, agressie of angst) en verminderde (sport)prestatie. Daarnaast is er ook een bewijs dat maagzweren kunnen leiden tot een verhoogd risico op koliek.

 

Hoe weet ik of mijn paard maagzweren heeft?

De symptomen alleen zijn niet voldoende voor een diagnose van maagzweren. Enkel een onderzoek met een endoscoop (maagscopie) kan een betrouwbare diagnose geven. Als een maagzweer eenmaal is vastgesteld, wordt er gekeken naar de ernst van de wonden op het maagslijmvlies en gescoord van 0-4. Er wordt dan beoordeeld op aan- of afwezigheid, anatomische locatie, verdeling, en irritatie van de maagwand. Een score van nul betekent geen aantasting en een score van 4 betekent ernstige maagzweren.

 

Wat zijn de oorzaken van maagzweren?

De oorzaak van maagzweren is niet altijd even duidelijk. Maar gezien het feit dat het erg veel voorkomt bij sportpaarden, lijkt het erop te wijzen dat er een verband is met het voermanagement, zoals teveel tijd tussen voerbeurten, voer met veel suikers en zetmeel, sport niveau en aantal uren dat een paard in een box staat.

Het paard is nu eenmaal een dier dat speciaal is aangepast op het verteren van vezelrijk plantaardig materiaal. Maar om prestaties te verbeteren krijgen sommige paarden een vezelarm dieet met veel granen. Juist granen zorgen dat er de maag extra maagzuur gaat produceren en bij hooi zien we dit effect veel minder. De gedachte is dat voer waarbij de pH van de maag verder omlaag gaat  en de productie van vluchtige vetzuren in de maag stimuleert bijdraagt aan het ontstaan van maagzweren. Maar hoe verschillende voersoorten de maag (pH) beïnvloeden moet nog verder onderzocht worden.

 

 

Vier eenvoudige regels die helpen om maagzweren te voorkomen:

  • Voer meer vezels

Ruwvoer is voor alle paarden belangrijk en voldoende ruwvoer helpt in het voorkomen van maagzweren. Grazen waarbij dus regelmatig gekauwd en gelopen wordt als ideaal gezien. Een algemene richtlijn is dat paarden minimaal 1,5 kg (droge stof) per 100 kg lichaamsgewicht  aan ruwvoer per dag nodig hebben. Vooral luzerne (hooi) is een goede keuze, omdat het meer eiwit en calcium bevat en daarmee beter helpt bij maagzweren dan gewoon hooi doordat het de zuurtegraad in de maag kan bufferen.

  • Voer minder zetmeel

Zetmeel is een van de belangrijkste energiebronnen voor het paard, maar dit is ook sterkt gelinkt aan een hogere kans op maagzweren. Het advies voor zetmeel luidt dan ook dat je niet meer dan 2 gram per kg lichaamsgewicht per dag mag voeren. En niet meer dan 1 gram zetmeel per kg lichaamsgewicht per voerbeurt.

  • Geef olie voor extra energie

Vetrijke voermiddelen zoals plantaardige olie zijn goede en veilige energiebronnen om maanzweren te voorkomen. Maisolie kan een effectief en betaalbaar voermiddel zijn om de kans op maagzweren te verkleinen. Uiteraard moet dit voorzichtig opgebouwd worden.

  • Geef meerdere voerbeurten

Paarden horen het voer langzaam op te nemen, en gelijkmatig verdeeld over 24uur. Daarom wordt het aangeraden om ruwvoer 24/7 aan te bieden (mits dit past bij het type paard en ruwvoer kwaliteit).  Zorg daarnaast dat paarden niet langer dan 6 uur zonder ruwvoer (kauwen) staan.

 

 

Tekst: Dr.Vet.Med.Gulsah Kaya Karasu , docent en onderzoeker | Sandra van Iwaarden, docent | Equine Sports & Business Van Hall Larenstein University of Applied Sciences, Netherlands

 

Andere artikelen van docenten van Equine Sports & Business Van Hall Larenstein University of Applied Sciences:

 

Paardenarts Frank van Leeuwen: De kracht of noodzaak van samenwerken

Gelukkig gebeurt het al veel minder, de dierenarts die een hoefsmid de schuld geeft, en de hoefsmid die aangeeft niet met een dierenarts te kunnen communiceren. In de eerste jaren heb ik er veel in geïnvesteerd, maar ik overdrijf niet als ik zeg dat ik 45 hoefsmeden in mijn telefoon heb staan. Regelmatig heb ik ook contact met die jongens en meer en meer ook dames. Het is belangrijk e.e.a. goed te overleggen want als ik dat aan een klant over laat, dan wordt het vaak niet goed genoeg benadrukt wat er precies anders moet.

Dat een verandering van beslag nodig is, wil ook zeker niet zeggen dat een smid geen goed werk heeft geleverd. Als orthopedisch dierenarts wil ik de belasting veranderen om een bepaalde structuur te ontzien of een beweging te vergemakkelijken. Voor een gezond paard is dat niet de beste optie, maar er kan een medische noodzaak zijn om dit wel te willen. Zo zijn hoefsmeden maar ook dierenfysiotherapeuten mijn belangrijkste medicijn. Als ik denk dat ik in eerste instantie teveel moet corrigeren, dan vraag ik “mijn eigen” smid om e.e.a. op te pakken en dan over te dragen. Frictie met smeden wil ik niet.

 

 

Om even een klein voorbeeld te geven. Enkele jaren terug kwam ik voor een second opinion bij een paard. Groot beest. Hij was onder behandeling van artrose in de hals bij een andere kliniek, maar dit hielp onvoldoende. Uit mijn onderzoek kwam een bilaterale kreupelheid die een oorsprong had in de ondervoet. Dit betekent dat beide voorbenen aangetast waren. Röntgenologisch onderzoek wees een forse artrose uit, maar ook een “achteroverkanteling” van het hoefbeen. Normaal is de hoek van de zoolvlakte van het hoefbeen met de bodem ongeveer 5 graden. In dit geval was het ongeveer 5 graden de verkeerde kant op. Inspuiten heeft dan niet zoveel zin als je de stand van de voet niet meepakt. Ik ben toen teruggekomen wanneer de smid ter plaatse was. Gezellig, nuttig en een blij paard. Hoewel de stand van de voet erg slecht was, kan je het de smid niet kwalijk nemen. Die kan er niet inkijken, ik wel.

Samen kom je tot de oplossing. Inmiddels hebben we erg veel ervaring met het aanpassen van een ijzer. Zooltjes en silicone zijn bij iedereen bekend. Het verbreden van de teen of een tak of juist het versmallen hiervan is nog niet bij iedereen bekend. Toch is het leuk, want je kan hele mooie veranderingen teweegbrengen met kleine aanpassingen in een ijzer.

 

Tekst en beeld: Frank van Leeuwen

 

 

Andere artikelen van Frank van Leeuwen:

 

 

 

Strategische wormcontrole bij paarden: wat en hoe?

In een ideale wereld verplaatsten paarden zich vrij en hebben ze altijd toegang tot verse en schone weiden. Hierdoor is er een natuurlijk evenwicht tussen de wormen, de paarden en de weiden. Tegenwoordig worden paarden op veel kleinere percelen grasland gehouden, waardoor het dynamisch evenwicht tussen de wormen en het paard verstoord raakt. Met een strategische wormcontrole kunt u de besmettingsgraad bij paarden laag houden.

 

 

Weidemanagement

 

 

  • In de mest worden de eitjes uitgescheiden of veranderen ze in larven voordat ze zich over de weide verspreiden. Door 2 keer per week de mest te verwijderen daalt de besmettingsgraad al sterk. Indien uw paard in een paddock staat dient de mest dagelijks verwijderd te worden en, omdat daar geen afbakening is tussen de graaszones en de mestzones
  • Door de weide te slepen worden de eitjes en de larven verspreid over de weide. Dit is enkel zinvol bij mooi weer: bij blootstelling aan hitte en uitdroging zullen de eitjes en larven worden vernietigd.
  • De besmettingsgraad daalt ook door afwisselend runderen of schapen op de weide te laten grazen. De meeste larven uit de wormen van paarden die ingeslikt worden door deze dieren kunnen zich niet ontwikkelen tot volwassen wormen, waardoor de cyclus verbroken is.
  • Een weide gedurende een lange periode leeg laten kan het besmettingsniveau ervan verminderen. Eitjes en/of larven die aanwezig zijn in de weide worden vernietigd bij hoge temperaturen, droogte en vorst.
  • Zorg ervoor dat de weide groot genoeg is voor het aantal paarden. De aanbevolen oppervlakte weide is ongeveer één hectare per paard. Wanneer de dichtheid van de paarden vervijfvoudigd wordt, wordt het risico op wormbesmetting vervijfentwintigvoudigd!

 

 

Mestonderzoek

Via een mestonderzoek kan de dierenarts kijken naar de aard en het aantal wormeitjes in de mest. Mestonderzoek kan hierdoor ingezet worden om te zien als seizoenale screening van de wormbesmetting. Ook kunnen via mestonderzoek de hoge uitscheiders geïdentificeerd worden in een groep paarden

 

Ontwormen, jawel maar niet teveel

Ontwormingsschema’s zijn best een combinatie van selectief en strategisch ontwormen. Selectief ontwormen gebeurt enkel na een positief mestonderzoek, bij voorkeur in de zomer. Niet alle (stadia van) parasieten kunnen worden geïdentificeerd door middel van dit onderzoek. Daarom is het noodzakelijk uw paarden systematisch 2 keer jaar per jaar te ontwormen.

  • Volwassen paarden (>3 jaar): 2 systematische ontwormingen per jaar + 1 of 2 extra selectieve ontwormingen in de zomer, op basis van de resultaten van het mestonderzoek.
  • Jonge paarden: 3 tot 4 keer per jaar
  • Fokmerries: schema volwassen paarden. + 1 extra behandeling net voor het veulenen. De meeste ontwormingsmiddelen kunnen bij drachtige of zogende merries worden gebruikt.
  • Veulens: vanaf de leeftijd van 2-3 maanden (zodra ze grazen), herhalen om de 2-3 maanden tot de leeftijd van 1 jaar.

 

Keuze van ontwormingsmiddel?

De keuze van het ontwormingsmiddel moet gebeuren op advies van uw dierenarts en in functie van de levensstijl van uw paard (weidegang of niet), zijn leeftijd, het seizoen en de resultaten van het mestonderzoek. Niet alle ontwormingsmiddelen bevatten hetzelfde actieve bestanddeel en niet alle middelen zijn even doeltreffend tegen de verschillende soorten of stadia van wormen. Lees meer hierover op de Diergeneesmiddelen informatiebank.

De dosering is afhankelijk van het gewicht van uw paard. Respecteer de toedieningsintervallen van het ontwormingsmiddel dat uw dierenarts u aanraadt aangezien het verhogen van de toedieningsfrequentie eveneens het ontwikkelen van resistentie versnelt.

 

Meer weten? Bezoek de website van Zoetis

 

 

Andere artikelen van Zoetis:

 

 

Wat voor invloed heeft de omgeving op staart- en maneneczeem?

Nu het warmer wordt begint staart- en maneneczeem weer een probleem te worden. Het probleem lijkt de laatste jaren in sterke mate toe te nemen. Staart- en maneneczeem is erfelijk bepaald, maar welke omgevingsfactoren spelen daarnaast een rol?

 

Wat is staart- en maneneczeem?

Staart- en maneneczeem is een allergische reactie van de pony of het paard op de beet van een mug, de Culicoide. Deze beet veroorzaakt hevige jeuk, dat tot de welbekende kale schuurplekken leidt. Deze plekken bevinden zich vooral aan de bovenkant van de staart en in de manen, waardoor deze soms volledig kaal geschuurd zijn, maar kan ook op andere delen van het lichaam voorkomen. Door de hevige jeuk zijn zowel het welzijn als de economische waarde van het dier verminderd.

 

Hoeveel komt het voor?

Hoe vaak staart- en maneneczeem voorkomt verschilt per ras. Er zijn rassen die gevoeliger zijn dan andere rassen. Bij Shetlanders heeft ongeveer 8% staart- en maneneczeem, terwijl het bij Friezen gezien wordt bij 18% van de paarden. Over het algemeen komt het vaker voor bij pony’s dan bij warmbloed paarden. Voor een individueel dier geldt dat het afhankelijk is van zijn erfelijke aanleg in combinatie met de omgeving waarin het gehouden wordt of hij symptomen ontwikkelt.

 

Doet de omgeving ertoe?

Het is dus duidelijk dat zowel de genetica als de omgeving samen bepalen of het dier last krijgt van eczeem. Het kan dus zo zijn dat een genetisch gevoelig dier onder gunstige omgevingsomstandigheden alsnog kans hebben om zonder staart- en maneneczeem verschijnselen door het leven te gaan. Maar ook het omgekeerde is mogelijk, dat een dier met een lage gevoeligheid onder slechte omstandigheden toch staart- en maneneczeem ontwikkelt.

 

 

Welke omgevingsfactoren spelen een rol?

De regio waarin een paard of pony wordt gehouden is heel bepalend voor het risico op staart- en maneneczeem. Dat komt doordat iedere regio een andere omgeving en net een ander klimaat heeft. Nederland lijkt een klein land, maar de lokale verschillen zijn groot en maken dus ook een groot verschil als het gaat om het risico op staart- en maneneczeem. Eigenlijk bepaalt de leefomgeving en het klimaat hoeveel muggen daar voorkomen, en daarmee ook het risico op symptomen. Een gebied met vooral fijn duin- of stuifzand zorgt voor een gunstig effect, terwijl heide en veenvegetatie juist een verhoogd risico opleveren. Het klimaat heeft een duidelijke invloed op de regio doordat er grote verschillen zijn in het aantal warme en koude dagen. De Culicoides hebben een voorkeur voor warm, droog weer. Regio’s waar dat vaker voorkomt leveren dus een verhoogd risico, terwijl meer regen en koude dagen een duidelijk verminderd risico geven.

 

Wat kun je als paardenhouder doen?

Als paardenhouden kun je er dus rekening mee houden uit welk gebied een aan te kopen paard afkomstig is. Daarnaast kun je ook plannen wanneer een paard of pony buiten kan lopen met een lager risico, door rekening te houden met de weersomstandigheden van dat moment.

 

Tekst: Dr. Ir. Ilse van Grevenhof | Docent bij Hogeschool Van Hall Larenstein

 

Andere artikelen van Hogeschool Van Hall Larenstein: